Guido Rijnja is adviseur communicatiebeleid bij de Rijksvoorlichtingsdienst en een van de meest actieve leden van Logeion. Hij begon in 1999 met de organisatie van de Galjaardlezing en -dag, nu PubCom genaamd. In 2003 werd de Galjaardprijs in het leven geroepen en stapte Guido ook in de Galjaardjury. En sinds 2009 is hij voorzitter van deze jury. Na twintig jaar stopt hij met de Galjaard-activiteiten en samen met hem blikken we terug en kijken we vooruit.

Waarom ben je twintig jaar geleden jurylid van de Galjaardjury geworden, Guido?
Guido vertelt: “In 1988 hield Chiel Galjaard zijn laatste openbare les. Dat was een idee van Frank Regtvoort, die hem ook als opleider en trainer ooit voor de troepen heeft gezet. Ik was toendertijd vicevoorzitter van de Vereniging voor Overheidscommunicatie, één van de voorlopers van Logeion, en op weg naar die bijeenkomst belden we elkaar. ‘Laten we deze kanjer en elkaar een jaarlijkse lezing aanbieden’, zeiden we tegen elkaar. Chiel stond voor de brug tussen theorie en praktijk, daar ging het om. In 1999 hield Gabriel van den Brink de eerste Galjaardlezing, de voorloper van PubCom19, en sindsdien volgden vele anderen. Toen Chiel in 2002 overleed hebben we de Galjaardprijs in het leven geroepen. Toen werd ik naast commissielid ook actief in de jury, onder leiding van oud-VVO-voorzitter Henny Strooij. In 2003 ging de gemeente Amersfoort als eerste met de Galjaardprijs naar huis. Voor hun Wob-wijzer, een hulpmiddel voor ambtenaren om openbaar te denken en doen.”

Wat maakt het vakgebied publieke communicatie zo mooi voor jou?
“Wie met macht werkt moet zorgen voor tegenmacht, dat zie ik steeds als de kern”, zegt Guido. “Gezond wantrouwen hoort er dus bij, zonder weerstand doe je iets niet goed. Dat heeft mij ook aangezet tot het promotie-onderzoek, dat in 2012 werd gedaan, en niet voor niets de titel ‘Genieten van weerstand’ kreeg. Ook bij mijn werk bij de Rijksvoorlichtingsdienst prikkelt mij dat het meeste: Hoe snappen we het ongemak? Hoe benutten we dat? Wat schuurt in plaats van het weg te spindokteren? Want daardoor hebben we zo’n glansrijk vak.”

Wat waren voor de hoogtepunten de afgelopen twintig jaar?
“Een hoogtepunt was de lezing van Jan Mans, de burgemeester van Enschede, die een half jaar na de vuurwerkramp sprak. Een uur lang, uit zijn hoofd. Met ontroerende bekentenissen. Zoals de schaamte die hij voelde toen hij voor de camera’s van nationale zenders stond en achter die bekende verslaggevers in de zaal de journalisten van het huis-aan-huisblad zag staan. ‘Waar ben ik mee bezig? Van wie ben ik eigenlijk?’, vroeg hij zich af. Die vraag is sindsdien een richtsnoer voor mij: Van wie is de kluif op mijn bord? Dus niet ‘voor wie’, maar ‘van wie’. Elk jaar zat tussen die inzendingen wel weer zo’n staaltje vindingrijkheid dat je dacht: ‘Wat gaaf, zouden ze zelf doorhebben hoe goed ze bezig zijn?'”, zegt Guido.

De Galjaardprijs is vernoemd naar Chiel Galjaard, een van de oprichters van de Vereniging voor Overheidscommunicatie (een voorloper van Logeion), hoofd Voorlichting van de gemeente Den Haag en daarnaast ook opleider. Wat vind je van Chiel zijn visie op publieke communicatie en wat maakt deze zo bijzonder?
Guido vertelt: “Ik leerde Chiel pas kennen toen hij met werken was gestopt. Het was heel opmerkelijk dat Chiel pas laat in zijn carrière les ging geven. Maar wat ging die man toen los. Hij was van huis uit onderwijzer, dat merkte je wel. Met Anne van der Meiden, ook zo’n held, zette hij de eerste Heao-communicatie op in Eindhoven. Chiel was een kritische man, narrig soms, ongeduldig, enfin: zó toegewijd. Kunstzinnig was hij ook. Hij kon heel mooi schilderen bijvoorbeeld. Na de Galjaardlezing ging ik ‘s avonds steeds bij hem thuis langs met de tekst van de lezing. Dat waren hele bijzondere momenten. Hij kreeg al snel afasie en kon de goede woorden niet meer vinden. Heel triest voor zo’n man van de overdracht. Ik herinner mij zijn crematie en bij de nazit hebben we overigens de Weekly, nu Tweekly, bedacht.”

Hoe veel tijd heb je in je het jureren gestoken de afgelopen 20 jaar?
“Geen idee. Oproepen, selecteren, de prijsuitreiking, publiciteit, in het begin deden we alles in een klein clubje. Een clubje met onder andere Henny Strooij, Inge Blauw en de onverstoorbare Herman Loerakker, secretaris van het VVO-bestuur. Bij de vorming van Logeion hebben we de lezing en de prijs aan elkaar gekoppeld. Doordat enkele oud-prijswinnaars met de organisatie mee gingen doen, werd de aanpak steeds slimmer. Arjen van Leeuwen heeft meen ik de regiojury’s bedacht. Hij trekt de kar van de Galjaardcommissie nu met onder andere Judith Mulder. Eerder was Monique Neyzen voorzitter van deze commissie. De laatste drie jaar heb ik alleen de jury voorgezeten. Dat scheelde een hoop werk, want het vinden van een goede spreker, werving en ophalen van inzendingen is gewoonweg heel arbeidsintensief. In 2012 lukte het vinden van een geschikte spreker niet en heb ik zelf de lezing verzorgd over het onderwerp contact. Ik heb altijd veel worden nodig, maar in dat ene woordje komt zoveel samen. Het juryrapport was steeds een hele kluif, met de rode draden en de motivering. Cruciaal is dat je een leuke club hebt, die elkaar successen gunt. En, hoe zei Fukuyama dat ook al weer, ‘structuren ontstaan, waar samenwerking niet vanzelf tot stand komt’.”

Waarom stop je met jureren en wat zou je aan je opvolger mee willen geven?
“Dit soort werk zou je eigenlijk vier of vijf jaar moeten doen, net als andere bestuursfuncties. Het is eigenlijk van de gekke dat ze me niet eerder hebben weggestuurd”, vindt Guido. Hij vervolgt: “Ik ga weg voordat teveel mensen denken: ‘Daar heb je hém weer’. Frisse blikken reiken verder. Echt, dat zien we elk jaar als de winnaar van het afgelopen jaar de jury versterkt. Dit jaar hadden we een hele nieuwe jury, drie topvrouwen (Esther Bunnik, Ageeth Huizinga en Annette Klarenbeek), een energieke boel. Dat ga ik missen. Ik weet ook niet wie het stokje overneemt. Laat hij of zij vooral blijven doorvragen. Dat is de kick: steeds op zoek naar wat mensen achter een inzending écht beweegt. Een kritiekpunt van de jury is ook vaak dat je moet zoeken naar de onderbouwing.”

En wat ga je nu doen met je vrije tijd? Ga je een nieuw project oppakken?
“Ik heb niet het gevoel dat ik ergens mee stop of dat ik nu ineens vrije tijd krijg. Genoeg andere kluiven bij ‘Ons Mooie Vak’, echt zo’n Chiel-uitdrukking. Ik zou wel eens een echt boek willen schrijven. Over erkenning bijvoorbeeld, want dat vind ik zo’n fascinerend thema. Leraren, boeren, wie niet? Zoveel mensen willen gezien en gehoord worden. Op zoek naar echt contact. Laat heb ik in vakblad C een essay hierover geschreven en op LinkedIn ideeën opgevraagd. Ook ben ik met Els van der Pool een zoektocht naar de rol van waarden gestart. Dat hangt daarmee samen natuurlijk. Daar hoop ik ook meer tijd in te kunnen steken”, zegt Guido.

Namens alle leden van Logeion: Bedankt Guido voor de afgelopen twintig jaar!